Gesprek met Liesbeth van der Pol over vrijheid in het ontwerpen
Play • 1 hr 7 min

“Het gebouw dat je ontwerpt, dat staat daar, en dat moet zich goed verhouden tot de mens. Daarom moet het zo karaktervol zijn”, vertelt architect Liesbeth van der Pol van Dok Architecten in de podcast. “Het hoeft daarbij niet altijd sterk of stoer te zijn, het mag ook gevoelig of kwetsbaar zijn, maar het moet wel een karakter hebben. En als architect moet jij dat erin leggen.”

Op haar bureau en bij haar thuis heeft Liesbeth verschillende tekenblokken liggen waarop ze aquarellen maakt van de projecten waaraan ze werkt. Die aquarellen starten met potlood, dan komt de inkt, dan wordt het potlood uitgegumd, en vervolgens zijn er verschillende lagen van aquarelverf. Zowel de inkt als de verf moet drogen, dus er gaan heel wat dagen overheen voordat iedere aquarel klaar is. En zowel die tijd als het handwerk helpt haar in het denken over de ontwerpen, daarop te reflecteren, en uiteindelijk tot het juiste karakter te komen.

Op projecten zit zo’n enorme druk, omdat het om zoveel geld gaat, dat het niet eenvoudig is om als architect afstand te nemen tot de ontwerpen, legt Liesbeth in de podcast uit. Het maken van aquarellen ondersteunt haar daarbij. En soms maakt ze een aquarel om erachter te komen welk karakter het gebouw niet moet krijgen, vertelt ze. Het blijft natuurlijk een creatief proces.

In haar aquarellen schetst ze het project meestal vanuit verschillende perspectieven: driedimensionaal, met de plattegrond en en profil. Maar afhankelijk van het project wisselt dit. Ook lopen de figuren soms door elkaar, wat ze eigenlijk alleen maar interessant vind. In de Kunstlinie in Almere wordt komend najaar een selectie van haar aquarellen tentoongesteld.

Het maken van aquarellen is een exponent van hoe Van der Pol het architectenvak benaderd. Ze vind het belangrijk om vanuit haarzelf te ontwerpen, datgene te ontwerpen waarvan zij met haar team denkt dat het beste is voor de opgave, en zich niet te laten remmen door wat anderen in het vakgebied daarvan denken. Zo heeft ze in Den Bosch een buurt ontworpen met witte villa’s die in hun witte houten timpanen en kolommen knipogen naar het (neo)classicisme. En zo heeft ze in Zwolle een zwierige bakstenen parkeergarage ontworpen die ze, geïnspireerd op de caravanserai in centraal Azië, ook voor zich ziet als plek van ontmoeting en daarom van een decoratieve laag is voorzien. Net zo vond ze het een enorme uitdaging om een villa te ontwerpen die de symmetrieassen van Palladio combineert met het rauwe van industriële gebouwen. De opdrachtgever wenste dat zo en dat daagde Liesbeth uit om juist in dat imperfecte de schoonheid te vinden. Een perfecte mens is niets aan, geeft ze aan; het zijn de imperfecties die het interessant maken.

In de ontwerpen van Liesbeth geeft het karakter van het gebouw uitdrukking aan de plek, het programma en de ambitie van de initiatiefnemers. Je kunt dat karakter wat dat betreft zien als een soort verlengde functionaliteit. Dat wordt goed geïllustreerd door haar ontwerp voor Huis van de Wijk in Deventer. Daar werd ze gevraagd om een generiek kantoor uit de jaren ‘80 te transformeren tot een wijkcentrum. Door de gevel te voorzien van nieuwe isolatie en stucwerk, en daar horizontale houten latten overheen te leggen, verdween het oude gebouw uit het zicht. In hetzelfde stucwerk ontwierp ze vervolgens bovenop het gebouw een opbollende luifel die ‘s avonds van onderen aangelicht wordt. Zo is het gebouw letterlijk en figuurlijk het stralende middelpunt van de wijk geworden.

Deze podcast is mede mogelijk gemaakt door AGC.

More episodes
Search
Clear search
Close search
Google apps
Main menu